Er bestaan duizenden gitaarakkoorden, om precies te zijn kennen we tussen de 40 en 450 duizend verschillende varianten. Je hoeft deze echter niet allemaal te kennen om op een leuke manier gitaar te kunnen spelen! Met vier gitaarakkoorden kun je al een groot deel van de bekende liedjes meespelen. Het geheel aan akkoorden verdelen we in drie categorieën: de majeurakkoorden, de mineurakkoorden en de zogenaamde 7-akkoorden. Alle drie de categorieën bevatten zeven basisakkoorden, namelijk:

  • - A-gitaarakkoord
  • - B-gitaarakkoord
  • - C-gitaarakkoord
  • - D-gitaarakkoord
  • - E-gitaarakkoord
  • - F-gitaarakkoord
  • - G-gitaarakkoord

Voordat je echt gitaar kunt spelen is het belangrijk om te weten hoe je de verschillende schema’s met gitaarakkoorden af moet lezen. Zo’n schema bestaat uit meerdere akkoorden die naast elkaar staan en een visualisatie vormen van een gitaarakkoord. Veel van deze schema’s bevatten tussen de vier en acht akkoorden, die samen een liedje vormen.

2014-04-28_1631_002

Ter voorbeeld zie je hiernaast zo’n schema van een gitaarakkoord, waarin de vlakjes overeen komen met de nek van de gitaar. Een stip in het schema geeft de plek aan, waar je je vingers tijdens het spelen dient te houden. De snaren waarop geen stip staat in het schema moeten wel worden aangeslagen, tenzij er een ‘X’ boven de snaar staat. In dat geval laat je de snaar stilstaan en speel enkel met de andere snaren.

Majeurakkoorden

De majeurakkoorden zijn de meest voorkomende gitaarakkoorden in de bekende liedjes. Deze categorie bevat zeven noten met ieder hun eigen gitaarakkoord, zoals bovenaan deze uitleg is weergegeven. Om een uitleg te geven over de greep die je moet aannemen om een bepaald akkoord te spelen, nemen we het A-akkoord.

2014-04-28_1631

In het schema hiernaast zie je de verschillende snaren aangegeven door middel van de letters (A, B, D, G, E). Naast de snaren staat op welk vlakje (het getal) je de snaar moet aanraken met respectievelijk je pink (p), je ringvinger (r) en je middelvinger (m). Een ‘0’ geeft aan dat je de snaar wel moet aanslaan, maar je deze niet verder hoeft aan te raken. Zoals hierboven uitgelegd hoef je bij het A-akkoord de E-snaar niet aan te slaan.

Sommige andere gitaarakkoorden vergen meer lenigheid van je vingers, omdat de vlakjes daarbij verder uit elkaar moeten worden vastgepakt. Dit is echter een kwestie van trainen, het zal je steeds beter afgaan!

Het B-akkoord is lastiger te bespelen, zoals je wellicht ziet in het plaatje. Je moet nu twee snaren met dezelfde vinger (je wijsvinger) aanraken. Ook dit vergt enige oefening, maar is uiteindelijk goed te doen! De basis van het B-akkoord lijkt sterk op die van het A-akkoord, je pakt opnieuw drie snaren vast met je pink, ringvinger en middelvinger op het vierde vlakje. Tot slot leg je je wijsvinger over de gehele nek van de gitaar, zodat deze over alle snaren komt te liggen op het tweede vlakje. Zorg er hierbij voor dat je hard op de snaren drukt, om te voorkomen dat je een vals geluid produceert.

2014-04-28_1631_001

Zo kun je ook de schema’s van andere gitaarakkoorden vinden. Probeer ze allemaal eens uit!