Je gitaar stemmen kan op meerdere manieren, waarbij een stemapparaat natuurlijk het makkelijkste werkt. Deze stemapparaten komen in verschillende soorten voor: sommige apparaten zijn alleen te gebruiken voor het stemmen van een standaardgitaar (E A D G B E), anderen zijn iets uitgebreider om je gitaar ook omlaag te kunnen stemmen (Eb Ab Db Gb Bb Eb) en tot slot zijn er de zogenaamde chromatische stemapparaten, waarmee je de gitaar iedere willekeurige stemming kunt geven. Vaak geeft het stemapparaat met een LCD- of LED-lampje weer of het stemmen van de gitaar geslaagd is. Een iets duurdere variant beschikt over een wijzer, die aangeeft of je de gitaar meer naar beneden moet stemmen, of juist omhoog. Met deze apparaten kun je zowel akoestische, als elektrische gitaren stemmen, door een ingebouwd microfoontje.

Wanneer je niet over een stemapparaat beschikt, kun je de gitaar stemmen op een handmatige wijze met bijvoorbeeld een stemvork. Het is hierbij aan te raden om bij het stemmen te beginnen met de vijfde snaar, ofwel de A-snaar. De A-toon van de stemvork komt namelijk overeen met de flageolettoon boven het vijfde fretje van de A-snaar van je gitaar. Je bereikt deze flageolettoon door de A-snaar licht te dempen boven het vijfde fretje, waardoor de toon hoger wordt. Om je gitaar te stemmen sla je de stemvork aan en houd je vervolgens het bolvormige knopje aan de onderzijde van de stemvork tegen de klankkast aan.

Door je gitaar te stemmen met ofwel een stemapparaat, ofwel –vork, zal je steeds dichterbij de goede toon komen. Je merkt dit op het moment, dat er een langzame of vrij snelle ‘trilling’ in het geluid van je gitaar is te horen; de ‘zweving’. Probeer nu steeds een heel klein beetje aan de stemknop te draaien, terwijl je zowel de stemvork als de snaar hoort. Als de trilling in het geluid heviger wordt, draai je de verkeerde kant op. Als de trilling juist afzwakt, kom je dichterbij de perfecte toon. Wanneer de trilling volledig is verdwenen, heb je de gitaar op de juiste wijze weten te stemmen. Controleer na het stemmen altijd nog een extra keer, of de toon van de stemvork overeen komt met de toon van de snaar, door beiden tegelijk aan te slaan.

Om ook de andere snaren op de juiste toonhoogte te krijgen, ga je nagenoeg hetzelfde te werk. Je slaat eerst de flageolettoon van zowel de E-snaar, als de A-snaar aan, totdat beide tonen helder klinken. Let er bij het stemmen van de gitaar op, dat de andere snaren van de gitaar niet mee gaan trillen, om te voorkomen dat er bijgeluiden ontstaan. Wanneer je heldere tonen hoort, kun je langzaam aan de stemknop van de lage E-snaar draaien, tot er weer eenzelfde ‘zweving’ ontstaat zoals bij het stemmen van A-snaar. Om de E-snaar goed te stemmen, blijf je draaien tot de volledige trilling in het geluid is afgezwakt.

Op deze manier kun je ook de andere snaren van de gitaar op de juiste wijze stemmen, maar nu pak je steeds een ander fretje. Het zevende fretje van de D-snaar moet gelijk zijn aan de toon van het vijfde fretje bij de A-snaar. Daarna moet het zevende fretje van de G-snaar gelijk gestemd worden met het vijfde fretje van de D-snaar. Tot slot dien je ervoor te zorgen, dat de losse B-snaar gelijk klinkt als het zevende fretje van de lage E-snaar, daarnaast moet de losse hoge E-snaar gelijk klinken aan het zevende fretje van de A-snaar.